eight fighter planes in mid air

Kunnen conflicten niet meer gewonnen worden?

Rafiek Madani voor ENAB

Foto Google Maps – Kobani een Syrische stad in het Zuiden van Turkije

Koerdische troepen hebben in januari 2015 de controle over de Syrische stad Kobani in beslag genomen na een gevecht van vier maanden met Daesh-strijders. Beelden van hun triomf werden over de hele wereld uitgezonden. Een wereldwijd publiek was er getuige van dat de Koerdische troepen zich overgeven aan rauwe feesten terwijl ze hun vlag hijsen op de heuvel die ooit het zwarte Daesh-banner vloog.

En zo kwam het als een schok toen, in oktober 2019, president Donald Trump Turkije carte blanche gaf om het grondgebied van de Koerden te veroveren. Wat ooit een nadrukkelijke overwinning voor de Koerden leek te zijn, is sindsdien dan ook in een zoveelste trieste nederlaag vervallen.

Dit is geen ongewoon verhaal. In de recente oorlogen in Irak, Afghanistan en Libië zijn ook overwinningen uitgeroepen, alleen maar om het geweld onverminderd voort te zetten.

Het schrikbeeld van deze schijnbaar eindeloze oorlogen geeft ons aanleiding om na te denken over de vraag of het begrip « overwinning » enige koopkracht of betekenis heeft met betrekking tot de hedendaagse oorlogsvoering. Na het beste deel van de afgelopen tien jaar te hebben nagedacht over deze vraag, ben ik gaan geloven dat het idee van de overwinning in de moderne oorlog niet meer is dan een mythe, zij het dat het een blijvend gevaarlijke mythe is.

De visie van Washington.

Image Pixabay – President Trump

De drie meest recente bewoners van het Witte Huis hebben zeer uiteenlopende opvattingen over de kwestie van de overwinning. President Trump heeft er zowel de hoeksteen van zijn retoriek als de grootste vertegenwoordiger van het Amerikaanse buitenlands en veiligheidsbeleid van gemaakt. « Je gaat zo trots zijn op je land« , verzekerde hij het publiek tijdens een campagnebijeenkomst in 2016:

We’re going to start winning again: we’re going to win at every level, we’re going to win economically […] we’re going to win militarily […] we’re going to win with every single facet, we’re going to win so much, you may even get tired of winning, and you’ll say ‘please, please, it’s too much winning, we can’t take it anymore’. And I’ll say, ‘no, it isn’t’. We have to keep winning, we have to win more, we’re going to win more.

Vrije vertaling: We gaan weer winnen: we gaan winnen op elk niveau, we gaan economisch winnen […] we gaan militair winnen […] we gaan winnen met elk facet, we gaan zo veel winnen, je kunt zelfs moe worden van het winnen, en je zult zeggen ‘alsjeblieft, alsjeblieft, het is te veel winnen, we kunnen het niet meer aan’. En ik zal zeggen, ‘nee, dat is het niet’. We moeten blijven winnen, we moeten meer winnen, we gaan meer winnen.

Foto Wikipedia: President George W. Bush

De overwinning doemde ook groot op in de uitspraken van president George W. Bush over de wereldpolitiek. In een keynote speech over de Irak-oorlog in 2005 bijvoorbeeld, gebruikte Bush 15 keer het woord « overwinning » terwijl hij voor een bord stond met de tekst « Plan for Victory » en een document met de titel « Our National Strategy for Victory in Iraq« .

Foto Pixabay – President Barack Obama

President Barack Obama, ingeklemd tussen de presidenten Bush en Trump, nam een heel andere houding aan. Overtuigd dat het taalgebruik van de overwinning een retrograde manier was om te praten over het einde van moderne oorlogen, probeerde hij het te verwijderen uit het strategische discours van de VS. De term « overwinning » is nutteloos, legde hij uit, omdat het ruwe associaties oproept met verovering en triomfalisme.

De onenigheid tussen Trump en Bush aan de ene kant en Obama aan de andere kant, gaat verder dan een verschil in retorische stijl (of het ontbreken daarvan). Het weerspiegelt diepgaande onzekerheden over de geschiktheid van de taal van de overwinning voor de moderne oorlog.

Foto Wikipedia PM Frankrijk
Aristide Briand

Sinds het begin van de 20e eeuw is de opvatting ontstaan dat, als het gaat om de gemechaniseerde massaslachting van de moderne oorlogsvoering, niemand wint. Zoals Aristide Briand – premier van Frankrijk voor periodes van de eerste wereldoorlog – het uitdrukte: « In de moderne oorlog is er geen overwinnaar. De nederlaag reikt zijn zware hand naar alle uithoeken van de aarde en legt zijn last op de overwinnaar en de overwonnene« .

Bao Ninh, een veteraan van het Noord-Vietnamese leger en de auteur van een van de meest ontroerende oorlogsromans van de 20e eeuw, The Sorrow of War, voerde hetzelfde argument aan, maar dan in eenvoudiger termen: « In een oorlog wint of verliest niemand. Er is alleen maar vernietiging. »

De overwinning is dood…

Wat de presidenten Bush en Trump ook mogen geloven, het is zeker verleidelijk om te zeggen dat er geen sprake kan zijn van een overwinning in de moderne oorlog. Het is gemakkelijk te geloven dat oorlog zo afschuwelijk en zo destructief is dat het nooit kan leiden tot iets dat redelijkerwijs een overwinning kan worden genoemd. Alle successen die op het slagveld worden behaald, kunnen worden beargumenteerd dat ze waarschijnlijk zowel zo ijl zijn als tegen zo’n bloedige prijs worden gekocht dat alleen al het idee om ze « overwinningen » te noemen ironisch lijkt.

Maar dit kan slechts een deel van het verhaal zijn. Het is te glibberig om de overwinning in de moderne oorlog als onhoudbaar te bestempelen, omdat deze alleen tegen een vreselijke prijs in mensenlevens en lijden kan worden gekocht. De waarde van een overwinning kan worden afgezwakt door een steil prijskaartje, maar wordt er niet geheel door tenietgedaan.

Foto Pixabay – Normandië D-Day

Terwijl de tweede wereldoorlog bijvoorbeeld een werkelijk barbaarse lichaamstelling opleverde, en de koude oorlog tot zijn erfenis rekent, hield het ook het nazisme tegen. Dit, het spreekt voor zich, moet ergens voor tellen. Meer recentelijk heeft de Golfoorlog van 1991 weliswaar meer problemen veroorzaakt dan opgelost, maar het heeft ook de Iraakse agressie in Koeweit met succes teruggedraaid.

Mijn punt is eenvoudig: hoewel de overwinning in de moderne oorlog afschuwelijk duur kan zijn, en er altijd veel minder mee wordt bereikt dan de bedoeling is, is het geen volledig leegstaand concept.

Dit brengt ons bij de eerste van drie wendingen in ons verhaal. Wat hier achterhaald is, is eigenlijk niet het algemene begrip van de overwinning zelf, maar het idee dat de overwinning het product is van beslissende gevechten. De aard van de moderne oorlogsvoering is niet bevorderlijk voor een duidelijk einde. In plaats van een nadrukkelijke overwinning voor de ene partij en een onweerlegbare nederlaag voor de andere, zijn moderne gewapende conflicten geneigd af te dalen tot langdurige, langdradige eindspellen. Het kan dus soms moeilijk zijn om niet alleen vast te stellen welke partij een bepaalde oorlog heeft gewonnen, maar ook of die oorlog überhaupt als voorbij kan worden beschouwd. De woorden van Phil Klay, een schrijver die enkele jaren nadat president Bush al had verklaard « missie volbracht » te hebben gediend in Irak, verwoordden iets van deze verwarring:

Success was a matter of perspective. In Iraq it had to be. There was no Omaha Beach, no Vicksburg Campaign, not even an Alamo to signal a clear defeat. The closest we’d come were those toppled Saddam statues, but that was years ago.

Vrije vertaling: Succes was een kwestie van perspectief. In Irak moest het wel. Er was geen Omaha Beach, geen Vicksburg-campagne, zelfs geen Alamo om een duidelijke nederlaag aan te kondigen. Het dichtstbij waren die omvergeworpen Saddam-beelden, maar dat was jaren geleden.

Wat dit suggereert is dat overwinningen niet langer de vorm aannemen die ze geacht worden aan te nemen of die ze in het verleden hadden aangenomen. Als de overwinning historisch gezien in verband wordt gebracht met de nederlaag van de tegenstander in een klimatologische strijd, dan is dit visioen nu een overblijfsel uit een vervlogen tijdperk. Zo eindigen oorlogen niet in de 21e eeuw.

Wat betekent winnen vandaag?

Het denken over hedendaagse gewapende conflicten in termen van overwinning is problematisch, omdat de moderne oorlogsvoering niet zo is geconfigureerd dat ze een duidelijke overwinning voor de ene partij en een nadrukkelijke nederlaag voor de andere oplevert. Zo bezien lijkt de overwinning eerder mythisch dan reëel.

Maar zelfs als het een mythe is, kleurt het de manier waarop we hedendaagse gewapende conflicten benaderen, waardoor we geneigd zijn te geloven dat schone eindes nog steeds een mogelijkheid zijn – terwijl dat klaarblijkelijk niet het geval is. De overwinning is in die zin een rode haring.

Een oplossing voor dit raadsel zou zijn om de overwinning uit onze woordenschat te halen. Dat wil zeggen, om er gewoon niet meer over te praten of in zijn termen. Toch is dit makkelijker gezegd dan gedaan. Zoals president Obama heeft ontdekt, is de taal van de overwinning zeer moeilijk te omzeilen of te ontwijken. Net als je denkt dat het dood is, komt het met nog meer kracht terug.

Het dilemma is dus duidelijk. Overwinning: kan er niet mee leven, kan niet zonder. De uitdaging die hieruit voortvloeit is om te heroverwegen wat we bedoelen met overwinning. Als, zoals de historicus Christopher Hill ooit schreef, elke generatie haar geschiedenis opnieuw moet schrijven, dan vereist de steeds veranderende aard van de oorlog dat elke generatie ook haar begrip van de militaire overwinning heroverweegt.