photo of body of water

Zal de Chinese kustwachtwet tot nieuwe spanningen leiden in de Aziatische zeeën?

Rafiek Madani voor ENAB

De inwerkingtreding op 1 februari 2021 van China’s maritieme politiewet, die de mogelijkheid van het gebruik van gewapend geweld door de kustwachten van het land doet ontstaan, is breed uitgemeten in de media in Zuidoost-Aziatische landen en Japan. Deze voelen zich machteloos tegenover de steeds agressievere uitdaging van Peking om de regionale zeegrenzen te bepalen. In een al gespannen context wekt dit Chinese initiatief het grootste wantrouwen.

MBZ Filipijnen : Todoro Loscin
Foto Wikipedia:  public domain 

De Filippijnen hebben bij monde van hun minister van Buitenlandse Zaken Teodoro Locsin officieel geprotesteerd en Vietnam heeft herhaald dat het internationale recht en het recht van de zee moeten worden geëerbiedigd. Japan van zijn kant heeft zijn bezorgdheid geuit over de georkestreerde invallen van Chinese kustwachten, zeemilities en vissersvaartuigen in de exclusieve economische zone (EEZ) en de territoriale wateren van de Senkaku-eilanden, die door China ook worden geclaimd als Diaoyutai. Tokio vreest dat Peking, onder de dekmantel van deze wet, een nieuwe stap zet in de tenuitvoerlegging van zijn hybride handhavingsstrategieën. Het in brede kring gedeelde vermoeden van Japan is dat het getuige is van een verveelvoudiging van zogenaamde « grijze zone »-situaties op zee, d.w.z. spanningen die noch in oorlogstijd noch in vredestijd voorkomen en die betrekking hebben op maritieme soevereiniteit en rechten.

Een wet die Pekings « voldongen feiten strategie » en maritieme expansie wil consolideren

Google Maps: Buurlanden van China

Op het eerste gezicht kan deze wet worden gezien als een stap in de richting van de professionalisering van de Chinese kustwacht, die in 2018 is gereorganiseerd en afhankelijk is van de Gewapende Volkspolitie: het leek noodzakelijk de bestaande regelgeving bij te werken en de verantwoordelijkheden die tot dusver over vier maritieme agentschappen waren verdeeld, nader te omschrijven. Doel is de uitoefening van het recht op politie op zee in maritieme gebieden die onder Chinese soevereiniteit vallen, te omschrijven en het gebruik van geweld te reguleren door het te koppelen aan specifieke situaties. De omschrijving van de in de wet omschreven taken lijkt sterk op die van de regionale kustwachten: maritieme veiligheid en beveiliging, bestrijding van illegale activiteiten, exploitatie van maritieme hulpbronnen, bescherming van het mariene milieu, en visserijcontrole. In een artikel in het Chinese dagblad Global Times wordt uitgelegd dat deze wet China dichter bij de internationale normen brengt en dat de Filipijnen zich hierover geen zorgen hoeven te maken. De heer Brice Pedroletti, werkzaam bij de krant LE MONDE, citeerde een artikel van mevrouw Nathalie Guibert over China met als kop: « China bewapent zijn kustwachten, hetgeen zijn buren zorgen baart« .

Logo PLA

Het gebruik van geweld wordt genoemd in hoofdstuk VI van de wet, met name in de artikelen 46, 47 en 48. De wet staat onder meer het gebruik van « handvuurwapens » toe tegen het binnendringen van buitenlandse vaartuigen in wateren onder Chinese jurisdictie en het gebruik van « zware wapens » in geval van « ernstige gewelddadige incidenten« . Er wordt echter gespecificeerd dat het personeel van de kustwacht het passende niveau van geweld redelijkerwijs moet beoordelen op basis van de aard en de urgentie van het gevaar.

De vraag is hoe China deze bepalingen ten uitvoer gaat leggen. Internationale juristen debatteren momenteel over de vraag hoe onderscheid kan worden gemaakt tussen het gepaste gebruik van dwangmiddelen bij de toepassing van het zeerecht en het ongepaste gebruik van geweld. Een van de belangrijkste beginselen die zijn neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties en in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (UNCLOS), of Verdrag van Montego Bay, dat in 1982 werd aangenomen, is het niet-gebruik van geweld en het vreedzaam gebruik van de zeeën. Deze kwestie ligt bijzonder gevoelig in de context van betwiste maritieme zones en illegale visserij.

Foto Wikipedia: ASEAN-landen

Maar voor de meeste landen die menen geconfronteerd te worden met systematische Chinese invallen in hun EEZ, is het debat meer van politiek-militaire dan van juridische aard. Er moet rekening worden gehouden met de asymmetrie van de maritieme middelen die in het spel zijn, met name in de Zuid-Chinese Zee tussen China en de ASEAN-landen, maar ook met de mate van agressiviteit waarvan de Chinese kustwachten reeds blijk hebben gegeven. Te vrezen valt dat de wet van 1 februari 2021 het reeds waargenomen Chinese gedrag zal aanmoedigen, dat onder het mom van patriottisme en bescherming van de « maritieme rechten » niet langer zal aarzelen geweld te gebruiken om de door Peking met zijn buren betwiste maritieme zones te beschermen. Reeds in juni 2019 heeft een Chinees vaartuig opzettelijk een Filipijns vissersvaartuig geramd en tot zinken gebracht dat opereerde in de wateren bij Scarborough Reef, dat sinds 2012 illegaal door China wordt bezet ten nadele van de Filipijnen.

Bovendien werpt de wet een bijzondere schaduw over de besprekingen die al enkele jaren tussen China en de Asean worden gevoerd over de Gedragscode in de Chinese Zee, die Peking in 2021 wil aannemen. Een van de doelstellingen van de code is mechanismen in te stellen om te voorkomen dat de betrokken partijen in geval van een geschil hun toevlucht nemen tot geweld.

De instrumentalisering van Chinees « maritiem nationalisme ».

Lidstaten Permanent Hof van Arbitrage

Het China van Xi Jinping is zeer offensief geworden wat betreft de maritieme soevereiniteit over alle zeeën van Azië. Zo schat het dat meer dan 80 procent van de Zuid-Chinese Zee, die het in een negenlijnige route omvat, op basis van historische rechten tot zijn grondgebied behoort – hoewel het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag, dat door de Filipijnen is aangezocht, in 2016 oordeelde dat het daarvoor geen rechtsgrondslag had. Deze negen-lijnsroute – waarin Beijing onder meer de Spratly-archipel en de Paracels heeft opgenomen – loopt echter over in de EEZ’s van Vietnam, Maleisië, Indonesië, Brunei en de Filipijnen. Deze laatsten wordt al regelmatig belet hun maritieme domein te exploiteren door tussenkomst van Chinese kustwachten of maritieme milities.

Foto van User:Ketil Wikipedia: 76 mm Kanon (illustratie)

De Chinese kustwacht beschikt inderdaad over een zware tonnage en uitrusting die haar tot een indrukwekkend onderdeel maken, dat de gecombineerde strijdkrachten overtreft van alle Asean-landen die ernaar streven hun vis-, energie- en mijnbouwbronnen te beschermen tegen de Chinese honger. Het grootste kustwachtschip van China, de CGG 2901, heeft een waterverplaatsing van 12.000 ton en is uitgerust met een 76 mm kanon. China’s expansiestrategie en de militarisering van bepaalde riffen tot kunstmatige eilanden voor radar, raketbatterijen en landingsbanen, met name in de Spratly-archipel, gaan ook gepaard met beperkingen van het recht op onschuldige doorvaart voor elk schip, civiel of militair, door wat Peking beschouwt als zijn territoriale wateren.

Google Maps Taiwan

Evenzo hebben de Chinese kustwachten in de Oost-Chinese Zee, tegenover hun Japanse tegenhangers die er tot dusver in geslaagd zijn hen in toom te houden, een strategie van regelmatige en talrijke penetraties in de maritieme toegangswegen tot de Senkaku, waarvan zij de soevereiniteit in Tokio al decennia lang betwisten. Ten slotte staat de hereniging met Taiwan, het « rebelleneiland », centraal in het project voor de wedergeboorte van de Chinese natie van Xi Jinping, waarvan de termijn door deze laatste is vastgesteld op 2049, de datum waarop China volgens hem de leidende macht van de wereld zal zijn geworden.

Deze grotere zichtbaarheid van de Chinese kustwacht, die van haar een doeltreffender instrument in de handen van de politieke autoriteiten moet maken, maakt deel uit van een algemene beweging om de macht van de Chinese zeemacht te vergroten en de door Xi Jinping gewenste status van maritieme macht te doen gelden. Al in 2013 had Xi Jinping een kleine leidersgroep opgericht om de maritieme rechten te verdedigen. Dit maritieme nationalisme dient duidelijk om de legitimiteit van de Chinese Communistische Partij te versterken. Afgezien van de economische belangen lijken de Chinese eisen – die Peking bovendien in direct contact brengen met bondgenoten van de Verenigde Staten (de Filippijnen, Taiwan, Japan) – bovenal politiek van aard en hebben zij betrekking op het regionale leiderschap.

De dubbelzinnigheid die de wet van 1 februari teweegbrengt is dat Peking deze kwesties lijkt te willen behandelen als interne veiligheidsproblemen die alleen de tussenkomst van kustwachten vereisen die civiele politiemissies uitvoeren, in tegenstelling tot het gebruik van oorlogsschepen voor defensiemissies. Niettemin heeft China actief gewerkt aan de modernisering van zijn oorlogsvloot, zoals blijkt uit het jongste jaarverslag van het Pentagon over de ontwikkelingen in de Chinese militaire macht, waaruit blijkt dat de Chinese marine 350 eenheden groter is dan de Amerikaanse, maar dat het technologische voordeel aan Amerikaanse zijde blijft.

Freedom of Navigation Operations

Zoals de zaken er nu voor staan, bestaat er bezorgdheid dat de Chinese kustwachtwet, met zijn potentieel dubbelzinnige toepassing, het risico van spanning en escalatie in de Chinese Zeeën als geheel zou kunnen verhogen. Deze risico’s zijn reeds waarneembaar tussen China, sommige kuststaten van de Zuid-Chinese Zee en Japan, maar ook tussen China en de Verenigde Staten. De Amerikaanse marine voert namelijk regelmatig « Freedom of Navigation Operations » (FONOPS) en militaire manoeuvres uit om de Chinese aanspraken in de Zuid-Chinese Zee te betwisten.

Sommige Europese landen, waaronder Frankrijk, die voorstander zijn van een inclusieve visie op de Indo-Pacific met een hernieuwde waakzaamheid bij de verdediging van het multilateralisme en het internationaal recht, zijn voornemens hun zee- en luchtnavigatierechten uit te oefenen in de internationale ruimten van de zone. Frankrijk, de mogendheid die er verblijft, voert er reeds lange tijd op uitnodiging van zijn ASEAN-partners missies van aanwezigheid en regelmatige tussenstops uit. Begin februari 2021 leidde haar mededeling over de missie op lange termijn van de nucleaire aanvalsduikboot Emerald en de aanduiding van haar patrouille in de Zuid-Chinese Zee tot een woedend artikel in de China Daily, een onvoorwaardelijke invloedrelais van de Chinese macht op internationaal vlak.

De regering-Biden, die de banden met haar naaste Aziatische bondgenoten wil aanhalen, bevestigde opnieuw dat de Senkaku-eilanden onder het Japans-Amerikaanse veiligheidsverdrag vallen. Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, wil voortbouwen op de Quad, de Quadrilaterale veiligheidsdialoog die in 2007 is opgericht rond Japan, de Verenigde Staten, Australië en India en in 2017 een nieuwe impuls heeft gekregen, en deze openstellen voor een Quad plus-format.

Foto Wikipedia Senkaku-eilanden

Na hun aanvankelijke aarzeling om als anti-Chinees front te worden gezien, laten de vier staten zich nu – in verschillende mate – gelden als zeemogendheden in de Indo-Pacific, d.w.z. dat zij een op het recht gebaseerde internationale orde willen bevorderen en hun samenwerking op het gebied van maritieme veiligheid willen uitbreiden. Van de ene Amerikaanse regering op de andere lijkt de machtsstrijd tussen de Verenigde Staten en China zich op zee af te spelen.

Comments are closed, but trackbacks and pingbacks are open.