Europa heeft behoefte aan meer realpolitik, ervaring en deskundigheid op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid

Rafiek Madani voor ENAB

Europe, Carte, Monde, Pays, Etats
Foto Pixabay: Europa

Europa kan zich geen buitenlands beleid veroorloven dat slecht doordacht, ongericht en amateuristisch is in de uitvoering. Er is dringend behoefte aan een pragmatische instelling, waarschijnlijk buiten de bestuursstructuur van de EU, om het internationale aanzien, de manoeuvreerruimte en de veiligheidsvooruitzichten van Europa te verbeteren

Om een internationale politieke rol te kunnen spelen die in overeenstemming is met zijn economisch en demografisch gewicht, moet Europa de nodige capaciteiten op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid verwerven. Deze taak vereist een nieuw beleidspool, dat wellicht buiten het bestaande institutionele kader van de Europese Unie moet worden opgebouwd.

Een goed begin.

Foto CC BY 2.0 DE Verdrag van Maastricht :

Zeventig jaar geleden, op 18 april 1951, ondertekenden België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Luxemburg en Nederland de overeenkomst tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Het doel was stabiliteit te brengen in een industrie die op dat moment van cruciaal belang was. Voor de beleidsmakers was het ook belangrijk om de basis te leggen voor een duurzame vrede op het continent. De aanpak bleek enorm succesvol en leidde tot de Europese Economische Gemeenschap en de huidige EU. Economische samenwerking maakte een bloeiende interne markt in Europa mogelijk en uiteindelijk ook een politieke Unie.

Zoals gehoopt, bracht dit proces Europa een ongekende vrede en welvaart. Tot de Tweede Wereldoorlog waren de Europese mogendheden periodiek in oorlog, maar het continent heeft deze toestand nu eindelijk overwonnen. Het institutionele proces van economische integratie berust op vier vrijheden van verkeer: personen, goederen, diensten en kapitaal. Meer recentelijk zijn het Verdrag van Maastricht en het Verdrag van Lissabon toegevoegd aan de architectuur van de Unie om haar politieke aspecten te definiëren.

Het hoogste orgaan van de EU is de Europese Raad, die de nationale regeringen vertegenwoordigt; de Europese Commissie vormt de uitvoerende tak.

Het buitenlands beleid werd (en wordt nog steeds) overgelaten aan de regeringen van de lidstaten. Sinds het Verdrag van Amsterdam van 1997 beschikt de Unie echter over hoge vertegenwoordigers voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. Zij nemen, samen met gezanten van grote nationale EU-regeringen, deel aan multilaterale activiteiten en bijeenkomsten, zoals de G20. Het Verdrag van Lissabon heeft het belang van de vertegenwoordigers vergroot. Als gevolg daarvan probeert de EU actiever te zijn in het buitenlands beleid, maar de belangrijkste internationale verantwoordelijkheid van Brussel blijft het onderhandelen over handelsverdragen.

Helaas vereist het voeren van internationaal beleid vaardigheden, expertise en ervaring die Brussel nog ontbeert. Een ander belangrijk probleem is dat het, ondanks de bovengenoemde verdragen, onduidelijk blijft wat de rol van de Unie op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid eigenlijk zou moeten zijn.

De uitdaging voor de toekomst

Risque, Risqué, Courage, Courageux
Foto Pixabay

Buitenlands beleid is een spel van belangen. Om te slagen heb je duidelijk omschreven doelstellingen nodig, een pragmatische aanpak en een heldere inschatting van je eigen positie: de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen – een klassieke SWOT-analyse.

De EU beschouwt zichzelf blijkbaar als een morele, economische en regelgevende supermacht. Het morele en regelgevende aspect wordt verondersteld een geweldig instrument te zijn om de beginselen van de Unie wereldwijd af te dwingen.

Effectief en duurzaam internationaal beleid vereist twee elementen: geld (een gezonde economie) en kanonnen (dwingende en geloofwaardige afschrikking). Europa had vroeger een superieure economie; helaas is deze achteruitgegaan in vergelijking met andere delen van de wereld. En het heeft geen effectieve afschrikking.

Deze tekortkomingen, in combinatie met een slecht gespecificeerde rol op het gebied van het buitenlands beleid, verzwakken de positie van de EU. Het is ook de vraag of het huidige institutionele kader, dat is voortgekomen uit handel en economische inspanningen, past bij de internationale functie van de Unie. Deze discrepantie kan een verklaring zijn voor de slecht gedefinieerde doelstellingen van het buitenlands beleid en enkele recente spectaculaire diplomatieke mislukkingen.

MBZ Rusland Sergej Lavrov CC BY 2.0

Naast de Verenigde Staten zijn Rusland en Turkije Europa’s meest kritische partners en tegenhangers op het gebied van buitenlands beleid en veiligheid. En het is juist tegenover deze landen dat de morele en regelgevende pretenties van Brussel tot rampzalige resultaten hebben geleid. Begin februari van dit jaar reisde Hoge Vertegenwoordiger Josep Borrell naar Moskou om de kwestie van de mensenrechten aan de orde te stellen. Uiteindelijk luisterde hij machteloos toe hoe de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov, perfect voorbereid, de Europese delegatie de les las over het falen van het Westen.

Ook toen de voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel, en de voorzitter van de Commissie, Ursula von der Leyen, Turkije bezochten, heeft het Europese protocol er niet voor gezorgd dat mevrouw von der Leyen, die geen staatshoofd is, tijdens haar bezoek op passende wijze zou worden behandeld. Tijdens een ontmoeting met de Turkse president kwam zij op een zijbank te zitten. Het diplomatieke incident was vernederend voor de EU.

Toen de heer Michel hiervan werd beschuldigd, kon hij alleen maar verzekeren dat hij een paar onrustige nachten had gehad over de situatie. Hoe zal het hoofd van de Raad van de EU slapen wanneer de Unie voor een grote uitdaging komt te staan?

Hoe dan ook, de zelfingenomen aanpak in de omgang met andere landen werkt niet. Anderen de les lezen over Europese normen helpt niet om van de wereld een betere plek te maken. Het enige wat dit doet is sommige Europeanen een moreel superieur gevoel geven – op een oppervlakkige, hypocriete manier.

Wat moet er gebeuren?

Et Après, Autocollant Jaune, Note
Foto Pixabay

De Europese Unie is Europa niet. Het is een essentiële instelling die de belangen bundelt van een belangrijke groep middelgrote en kleine mogendheden op het continent. Op die manier kunnen zij profiteren van een gemeenschappelijke interne markt en wereldwijd concurrerend zijn. De poging om de buitenlandse en veiligheidsbelangen van de lidstaten, die sterk uiteenlopen, door één enkele instelling te laten behartigen, zal echter tot slechte resultaten leiden.

Misschien moeten de Europese landen nu een afzonderlijke, goed gestructureerde instelling in het leven roepen om hun buitenlandse en veiligheidsbelangen te behartigen. Het is wellicht niet nodig dat die structuur dezelfde leden telt als de Unie. Een dergelijke instelling zou nauwere samenwerking met de NAVO kunnen vergemakkelijken. Het zou de EU ook in staat kunnen stellen billijker betrekkingen te onderhouden met andere mogendheden, met name Rusland.

De EU heeft twee leden, Finland en Oostenrijk, die krachtens internationale overeenkomsten geen lid mogen worden van de NAVO. In een alternatieve opzet zouden deze Europese landen hun neutrale status kunnen behouden. Het grootste voordeel zou zijn dat het Verenigd Koninkrijk, een aanzienlijke militaire macht met een rijke ervaring op het gebied van het mondiale beleid, momenteel buiten de Unie, in het Europese veiligheidsbeleid zou kunnen worden geïntegreerd.