action active activity adult

Frankrijks besluit om zijn troepen uit de Sahel terug te trekken vereist een minder militaire aanpak

Rafiek Madani voor ENAB

  • Tien jaar interventies
  • Waarom militaire interventies niet succesvol zijn geweest
  • Gevolgen en toekomstperspectieven
Foto Wikipedia : Frankrijk en Mali

Frankrijk heeft onlangs aangekondigd zijn militaire operatie tegen gewapende Wahhabi-militanten in de Sahel-regio van West-Afrika te willen beëindigen. President Emmanuel Macron zei dat deze missie zou worden vervangen door een « operatie van ondersteuning, steun en samenwerking aan de legers van landen die dat wensen« . En in dit « nieuwe kader » zou de aanwezigheid van het Franse leger in de Sahel-regio deel uitmaken van een militaire operatie en een internationale alliantie waarbij de landen van de regio betrokken zijn, samen met al haar partners, en die uitsluitend gericht zijn op de strijd tegen het terrorisme.

Dit nieuwe kader wordt gezien als een poging om de betrokken staten in de regio in staat te stellen de verantwoordelijkheid te nemen voor het proces van herstel van de stabiliteit. Parijs heeft ook duidelijk gemaakt dat de resterende Franse militaire aanwezigheid in de regio zal worden geïntegreerd in de bredere militaire task force van de Europese Unie, bekend onder de naam Task Force Takuba.

Bijna tien jaar geleden kwamen de militaire interventies van Frankrijk op gang na een langdurige crisis die het gevolg was van de activiteiten van Toeareg-separatisten in Mali. Wahhabitische extremisten die nauw verbonden zijn met Al Qaida hadden van de situatie geprofiteerd om begin 2012 het noorden van Mali in te nemen.

Het is bekend dat andere extremistische Wahhabi-groeperingen die thans in de gehele regio actief zijn, ook banden hebben met Daesh. Ondanks de interventie van Frankrijk is de instabiliteit verergerd doordat Wahhabitische extremisten hun terreurbewind in de loop der jaren hebben geïntensiveerd.

Sinds het begin van deze operatie heeft Frankrijk ongeveer 55 soldaten verloren ten gevolge van de activiteiten van extremistische groeperingen. Dit is wellicht een van de belangrijkste redenen voor zijn besluit om een einde te maken aan wat steeds meer een eindeloze oorlog wordt die economische middelen blijft opslorpen.

Het besluit van Frankrijk biedt Parijs en de internationale gemeenschap een kans om een meer geïntegreerde en minder militaristische aanpak te volgen. Elk ander besluit zou een reeds verslechterende situatie alleen maar verergeren.

Tien jaar interventies

Foto franse regering

In 2012 raakte Frankrijk volledig betrokken bij een militaire campagne in de regio, Operatie Barkhane genaamd. Met 5.100 Franse soldaten opereerde het in Tsjaad, Mali, Niger, Mauritanië en Burkina Faso. Als antiterrorismemissie was het uiteindelijke doel de zogenaamde islamitische extremisten aan te pakken.

Toen, in 2013, lanceerde Frankrijk Operatie Serval. Dit was specifiek bedoeld om te voorkomen dat Wahhabitische extremisten Bamako, de hoofdstad van Mali, zouden binnenkomen.

Onder impuls van Frankrijk is in 2014 de Sahel-terreurbestrijdingsmacht van de Groep van 5 (G5) van start gegaan. Het doel was de samenwerking op het gebied van ontwikkeling en veiligheid in West-Afrika te verbeteren. De troepen van operatie Barkhane hebben samengewerkt met de G5-strijdmacht voor terrorismebestrijding van de Sahel.

Deze laatste is nog niet volledig operationeel. In het kader van haar missie was zij voornemens ongeveer 5.000 manschappen in te zetten in het zuidelijk deel van de Sahara-woestijn. Doel was de inspanningen van de vredeshandhavers in het kader van de VN-missie MINUSMA te ondersteunen.

Deze strijdmacht wordt gesteund door de VN en de Afrikaanse Unie, alsmede door de VS, Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Turkije en de EU. De Golfstaten hebben 500 miljoen dollar toegezegd. Het initiatief lijkt echter geen ingang te hebben gevonden.

Lees ook: Stijgende voedselprijzen: Een voorteken van inflatie?

Ondertussen gaat de onveiligheid in de Sahel onverminderd door.

De Takuba Task Force – een Europese militaire macht die tot dusver door Frankrijk werd geleid – kan nu een leidende rol spelen in het engagement van de internationale gemeenschap in de regio.

Waarom militaire interventies niet succesvol zijn geweest

Forces Spéciales, Armée De L'Air

Militaire interventies alleen schieten hun doel voorbij. Er is een aanvullende niet-militaire aanpak nodig, gericht op verbetering van het bestuur. Het ontbreken daarvan is de kern van de crisis van instabiliteit in de regio.

Ten eerste is het verlies van vertrouwen tussen staten en hun burgers overal in de Sahel zichtbaar. Dit is te wijten aan jaren van slecht bestuur en verwaarlozing, waardoor de deur is opengezet voor systematische corruptie en onderontwikkeling. Armoede, ongelijkheid en toenemende jeugdwerkloosheid zijn endemisch in de landen van de regio.

Zogenaamde islamitische extremistische groeperingen hebben ervoor gekozen van deze realiteit gebruik te maken door de plaatselijke bevolking tegen hun regeringen op te zetten.

Aangezien de G5-macht voor de Sahel niet volledig operationeel is en Nigeria en ECOWAS, het regionale orgaan, zich terugtrekken, blijven de betrokken staten in de eerste plaats verantwoordelijk voor het herstel van de stabiliteit. Dit is een taak waarop zij slecht voorbereid zijn en waartoe zij duidelijk niet in staat zijn.

Gevolgen en toekomstperspectieven

Logo ECOWAS

Het gebrek aan synergie tussen Frankrijk en ECOWAS, wat de situatie in Mali betreft, voorspelt niet veel goeds voor de stabiliteit van de regio.

De onmiddellijke begunstigden van de door Frankrijk voorgestelde exit-strategie zullen dus de extremisten zijn. Om dit te voorkomen moeten Frankrijk en zijn partners hun optreden bijstellen en zich niet beperken tot militaire interventies om de capaciteit van de staten in de regio op te bouwen.

Om dit effectief en efficiënt te doen, moeten zij hun politieke kapitaal in de hele regio aanboren en de voornaamste belanghebbenden, waaronder elites, de plaatselijke bevolking en traditionele leiders, die allen een stem hebben in het vredesproces, met zich meevoeren. Terzelfder tijd zou hun bijdrage erin bestaan de platforms en het kader voor deze gesprekken te verschaffen.

De crisis, met de over-militarisering in de regio, heeft weinig bijgedragen tot de broodnodige stabiliteit.