wood typography business creativity

Syrië een misleidende vorm van stabilisatie

Rafiek Madani voor ENAB

  • De greep van het regime op de samenleving blijft kwetsbaar
  • Verdeelde loyalisten staan voor onafgemaakte oorlog
  • Chaos en geweld binnen en buiten het grondgebied van het regime
  • Ildib, toekomstig epicentrum van de komende implosie?
Asma el-Assad en 2003.
Asma al Assad – credits: Ricardo Stuckert/ABr — Agência Brasil

Op 26 mei werd de Syrische president Bashar Al-Assad herkozen voor een vierde termijn van zeven jaar. Gewonnen met 95% van de stemmen tegen twee figuranten, was de verkiezing vooral een gelegenheid om de verering van de presidentiële figuur te versterken in een dubbelzinnige context. Terwijl de vorige verkiezingen werden gehouden in 2014, aan de vooravond van de militaire nederlagen die het jaar daarop de Russisch-Iraanse interventie zouden uitlokken, kwamen de verkiezingen van 2021 op een moment dat het regime tweederde van het nationale grondgebied opnieuw in handen had gekregen.

De relatieve kracht van Damascus mag echter niet verhullen dat de regering economisch wordt leeggezogen door het gecombineerde effect van oorlogsverwoesting, de controle van de belangrijkste olievoorraden in het oosten door de Syrische Democratische Strijdkrachten, en westerse sancties: in maart 2021, toen de meervoudige tekorten verergerden, daalde het Syrische pond tijdelijk tot 1% van zijn vooroorlogse waarde.

De meest dramatische politieke vertaling van deze crisis was de toename van de spanningen binnen de heersende clan, geïllustreerd door de videoboodschappen die in 2020 werden vrijgegeven door de nationale zakenmagnaat en neef van de president, Rami Makhluf, om te protesteren tegen de inbeslagname van zijn bezittingen. Deze laatste maatregel hield naar verluidt zelf verband met een machtsstrijd tussen Makhluf en zakenlieden die banden hadden met First Lady Asma al-Akhras.

Foto Southfront (pro Russisch)

De greep van het regime op de samenleving blijft kwetsbaar

De ontevredenheid van de bevolking over de economische omstandigheden, die grotendeels in toom werd gehouden door de ijzeren vuist van de autoriteiten, kwam echter tot uiting, met name tijdens de presidentsverkiezingen, in demonstraties in zuidelijke plaatsen. Deze blijven in handen van voormalige rebellen, zogenaamd « verzoend » krachtens akkoorden die Rusland in 2018 heeft bemiddeld, in de provincies Deraa en Quneitra, of van lokale zelfverdedigingsmilities in de Druzische regio Suweida.

Er zijn geen aanwijzingen dat deze bescheiden momenten van protest het begin zijn van een landelijke beweging die zowel de door het conflict versterkte sektarische polarisatie als de vrees voor een nieuwe meedogenloze reactie van het regime te boven zou komen. Anderzijds zijn de gewapende opposities tegen het regime in twee regio’s van het land reeds endemisch geworden.In de Badiya (woestijn) eisten de aanvallen van Daesh in 2020 vijfhonderd slachtoffers, twee keer zoveel als het jaar ervoor, alvorens af te nemen, zonder te verdwijnen, na een militaire opleving van de loyalisten.

In de zuidelijke provincies Deraa en Quneitra hebben gewelddadige confrontaties plaatsgevonden tussen voormalige rebellen en troepen van het regime die hun bolwerken trachtten binnen te dringen op zoek naar vermoedelijke gewapende aanvallers. Met name in juni 2021 hebben Damascus’ manschappen voormalige door rebellen bezette gebieden in Deraa belegerd om hen te dwingen hun handvuurwapens in te leveren.

Lees ook: Le ministre russe des Affaires étrangères évoque la possibilité d’une nouvelle « OTAN du Moyen-Orient ».

In deze context is het uiterst moeilijk om de verantwoordelijkheid toe te wijzen voor de dagelijkse moorden en andere kleinschalige operaties die momenteel in het zuiden van het land plaatsvinden. Terwijl loyalistische strijders en hun lokale medewerkers zijn vermoord door restanten van het Vrije Syrische Leger en Daeshcellen, lijken « verzoende » ex-rebellencommandanten met hun leven te hebben betaald voor het dwarsbomen van de wens van Damascus om de akkoorden van 2018 te herroepen en opnieuw directe controle over de regio te krijgen.

Verdeelde loyalisten staan voor onafgemaakte oorlog

De Koerdische kwestie is helaas tot stand gekomen door de Sykes-Picot akkoorden, die geen rekening hielden met het Koerdische volk.

Soldats, Armée De Terre
Foto Pixabay

Andere gewelddadige sterfgevallen lijken verband te houden met rivaliteit tussen de verschillende loyalistische krachten die strijden om de trouw van de voormalige rebellen, waaronder de militaire inlichtingendiensten van het regime, pro-Iraanse groepen zoals de Libanese shiitische partij en de 4e Pantserdivisie, en het door Rusland gesteunde 5e Legerkorps. Deze rivaliteit komt ook tot uiting op de westelijke oever van de Eufraat, waar Rusland eenheden heeft gecoöpteerd van paramilitaire groepen zoals de Nationale Strijdkrachten of de Al-Quds Brigade. Teheran van zijn kant rekruteert zijn plaatselijke filialen via zijn Pasdaran (Revolutionaire Garde).

De proliferatie van paramilitairen wakkert ook het geweld aan in de overwegend Druzische provincie Suweida. Geconfronteerd met afnemende financiering door het regime, zijn sommige lokale groepen begonnen met het loskopen van soennieten uit de naburige provincie Deraa, waardoor een oud landgeschil tussen de twee gemeenschappen nieuw leven werd ingeblazen: in 2020 hebben botsingen tussen Druzische militieleden en pro-Russische strijders van het 5e Korps tientallen doden geëist.

How the Kurds became a key player in Syria’s war

De andere belangrijke beperking van de « overwinning » van het regime is uiteraard zijn onvermogen om het resterende derde deel van het land te heroveren. In het noordwesten worden de rebellen beschermd door het Turkse leger, terwijl het oosten van de Eufraat in handen is van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), die onder leiding staan van Koerdische militanten en worden gesteund door Amerikaanse troepen. In juli 2021 was er aan de frontlinies niets wezenlijks veranderd sinds het staakt-het-vuren dat Rusland en Turkije op 5 maart 2020 waren overeengekomen. Dit laatste land, dat zich zorgen maakte over een nieuwe toevloed van vluchtelingen op zijn grondgebied, had zopas een grootscheepse militaire operatie op touw gezet tegen de troepen van het regime van Damascus, die gevaarlijk dicht in de buurt waren gekomen van de door de rebellen bezette stad Idlib.

Chaos en geweld binnen en buiten het grondgebied van het regime

Des Questions, Demande, Doutes
Foto Pixabay

Evenals de door het regime gecontroleerde gebieden hebben ook de door zijn rivalen bestuurde gebieden te kampen met economische crisis, protest en geweld. Wat betreft de gebieden die worden bestuurd door het Autonoom Bestuur van Noord- en Oost-Syrië, de civiele tegenhanger van de FDS, hebben de gewelddadig onderdrukte demonstraties in juni jongstleden in de stad Manbij de wrok van een deel van de Arabische bevolking tegen een Koerdisch leiderschap onderstreept, dat zij met name zijn dienstplichtsysteem verwijten.

Op militair vlak vecht de FDS op drie fronten. In het noorden van de provincies Aleppo en Raqqa komen geregeld botsingen voor tussen het Turkse leger en rebellengroeperingen die door Ankara verenigd zijn in het Syrische Nationale Leger (SNA). De betrekkingen met het regime zijn ook aanzienlijk gespannener geworden na het mislukken van de onderhandelingen die begin 2020 werden georganiseerd met het oog op een politieke toenadering. De spanningen bereikten in april een hoogtepunt toen de FDS bijna de hele stad Qamishli van Damascus in handen kreeg na het verdrijven van paramilitairen van de Nationale Strijdkrachten die waren gerekruteerd uit de plaatselijke Arabische stammen. Tenslotte wordt de FDS ook geconfronteerd met een opstand van geringe intensiteit door daesh in de Arabisch sprekende provincie Deir ez-Zor.

De drie enclaves die langs de noordgrens rechtstreeks door het Turkse leger worden gecontroleerd (Afrin, A’zaz al-Bab en Tell Abiyad Ras al-‘Ayn) zijn vaak het toneel van bomaanslagen en gewapende aanvallen door zowel Koerdische strijders van de YPG (de ruggengraat van de FDS, die banden heeft met de in Turkije opererende Koerdische Arbeiderspartij (PKK)) als door cellen van daesh.

Het geweld in de regio is ook het resultaat van broedertwisten tussen rebellengroeperingen die banden hebben met Turkije. Deze confrontaties, die hoofdzakelijk worden ingegeven door economische overwegingen zoals de controle op de smokkelhandel, brengen regionale (tussen plaatselijke groeperingen en andere die afkomstig zijn uit Deir ez-Zor of Damascus) of etnische (tussen Turkmenen en Arabieren) breuklijnen aan het licht.

Idlib, toekomstig epicentrum van de komende implosie?

Google Maps : Ildib Syria

In Idlib ten slotte hebben de wahhabites van Hay’a Tahrir al-Sham (HTS) en hun civiele front, de Syrische regering voor de redding, hun greep op de provincie verstevigd door zowel de civiele samenleving als radicale terroristische groeperingen te onderdrukken. Deze laatsten, zoals de pro-Al Qaeda Hurras al-Din, hekelen de ideologische compromissen van de HTS en in het bijzonder haar samenwerking met het Turkse leger. Als reactie op deze repressie zijn er nieuwe schimmige terroristische formaties ontstaan die geïmproviseerde explosieven hebben geplaatst terwijl Russische en Turkse voertuigen in de provincie patrouilleren.

De externe bedreigingen voor Idlib zijn echter van een andere omvang. De hervatting van de bombardementen door de loyalisten in het voorjaar van 2021 weegt op het leven van de inwoners, evenals de Russische dreiging met een veto tegen de uitbreiding door de VN-Veiligheidsraad van de grensoverschrijdende humanitaire hulp tot de rebellenprovincie. In dit mechanisme verzet Moskou zich tegen zijn eis van humanitaire corridors vanuit door het regime gecontroleerde gebieden als eerste stap naar het geleidelijke herstel van de soevereiniteit van Damascus over Idlib.

In juli 2021 werd ternauwernood een compromis bereikt over de voortzetting van de grensoverschrijdende hulp gedurende twaalf maanden, maar de kwestie van een Russisch veto zal over een jaar opnieuw de kop opsteken. Een dergelijk veto zou de voedselzekerheid van de drie miljoen inwoners van de provincie Idlib ernstig in gevaar brengen. Tegelijkertijd zou de provincie worden blootgesteld aan het risico van een economische implosie, die op haar beurt een einde zou kunnen maken aan de (zeer) relatieve militaire status quo die de afgelopen 16 maanden in Syrië heeft geheerst.