EU viseert kwetsbare West-Afrikaanse vispopulaties, ondanks beschermingswetten

Rafiek Madani voor ENAB

  1. Wat hebben we vastgesteld?
  2. Vooruit
Map West-Afrika

De meeste grote vissersvaartuigen die in West-Afrika actief zijn, zijn afkomstig uit verre visnaties zoals de Europese Unie (EU), China en Rusland. Om toestemming te krijgen om in de Westafrikaanse wateren te vissen, sluiten zij overeenkomsten in ruil voor een vergoeding aan de regering.

Deze overeenkomsten zijn echter bekritiseerd omdat zij bijdragen tot de overexploitatie van de visbestanden in de regio. Dit geldt met name voor Guinee-Bissau, Ivoorkust, Liberia, Kaapverdië, Mauritanië, Senegal en Gambia.

Tot op heden is meer dan de helft van de vangstvoorraden voor de kust van West-Afrika reeds overbevist.

De EU alleen kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de overbevissing in de regio. De negatieve gevolgen van de trawlvisserij door andere landen, zoals China, zijn goed gedocumenteerd. In haar visserijbeleid zet de EU zich echter in voor een duurzame visserij. Zij blijft ook nieuwe overeenkomsten sluiten met sommige landen, ondanks aanwijzingen dat de populaties van de betrokken soorten ernstig afnemen.

De zeevisserij speelt een belangrijke rol in de voedselzekerheid en de economische zekerheid van miljoenen mensen in West-Afrika. Als de bestanden uitgeput raken, zullen de kleinschalige vissers die ervan afhankelijk zijn, geen fatsoenlijk inkomen meer kunnen verdienen en zullen veel mensen hun voornaamste bron van eiwitten verliezen. De concurrentie om deze uitgeputte hulpbronnen leidt reeds tot conflicten tussen vissers en buitenlandse vissersschepen.

Een betere bescherming van deze natuurlijke hulpbronnen is dan ook van cruciaal belang. Een van de manieren om dit te doen, stellen wij voor, is dat de betrokken landen opnieuw met de EU gaan onderhandelen over hun naïef lage tarieven. Voorts moet meer worden geïnvesteerd in de handhaving op zee.

voor meer informatie: https://www.worldbank.org/en/programs/africa-program-for-fisheries

Wat hebben we vastgesteld?

Logo komende van een officiële website

De oorspronkelijke doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid van de EU waren de visbestanden in stand te houden, het mariene milieu te beschermen, de economische levensvatbaarheid van de Europese vloten te garanderen en de consumenten kwaliteitsvoedsel te verschaffen.

Wij stellen dat dit beleid de EU-wateren beschermt, maar schade toebrengt aan het mariene milieu van derde landen, waar haar vissersvaartuigen zich op wagen.

Wij stellen ook dat de subsidies die in het kader van dit beleid worden toegekend, een belangrijke factor zijn voor de overexploitatie van de visserij in deze derde landen. Deze subsidies stimuleren bijvoorbeeld niet alleen de bouw van nieuwe schepen die verder kunnen varen en langer op zee operationeel kunnen blijven, maar ondersteunen zelfs de brandstofkosten voor activiteiten op grotere schaal.

Source: Research Gate

Wij wijzen er ook op dat misbruik door EU-schepen de lokale voedselzekerheid ondermijnt en conflicten met artisanale vissers veroorzaakt. De vraag van de Europese landen heeft hun schepen ertoe gebracht te vissen op bedreigde vissoorten, zoals Europese ansjovis, grootoogtonijn, geelvintonijn en zwaardvis.

Source: Research Gate

Onze studie was gebaseerd op een overzicht van bestaande literatuur en beleidsdocumenten. Het omvat een analyse van de vangstgegevens die tussen 2010 en 2014 zijn uitgewisseld tussen de EU en de West-Afrikaanse landen waarmee zij partnerschapsovereenkomsten inzake visserij heeft gesloten.

Source: Research Gate

Vervolgens hebben wij de vangsten van de EU vergeleken met de situatie van bepaalde geëxploiteerde soorten, op basis van uittreksels van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) en de Internationale Commissie voor de instandhouding van tonijn in de Atlantische Oceaan. De categorieën die wij hebben gekozen zijn de volgende

volledig geëxploiteerd: dit betekent dat deze vissoorten in het geheel niet meer worden bevist,

overbevist: dit betekent dat er te veel vis wordt gevangen en dat hun aantal zal afnemen, en

uitgeput: dit betekent dat de visbestanden zich op hun laagste peil ooit bevinden.

Van de door Europese schepen gevangen soorten hebben wij vastgesteld dat :

  • meer dan 20% van de in Sao Tomé en Principe gevangen soorten werd overgeëxploiteerd en 10% van de in Liberia gevangen soorten werd volledig geëxploiteerd. In Mauritanië bleek 41% van de gevangen soorten overgeëxploiteerd en 5% volledig geëxploiteerd te worden, terwijl in Guinee-Bissau 7% van de soorten overgeëxploiteerd en 21% volledig geëxploiteerd werd.
  • In Gambia wordt 55% van de gevangen soorten overgeëxploiteerd, tegenover 28% in Kaapverdië en 23% in Ivoorkust.

Voorts hebben wij geconstateerd dat de EU de regelgeving selectief toepast wanneer het erom gaat illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen. De EU geeft waarschuwingen (geel) of verbiedt de vishandel helemaal (rood) aan landen die hun visserij niet duurzamer maken. Op dit punt schieten de plaatselijke bepalingen, alsmede de wetgeving en de handhaving, tekort.

We hebben een trend ontdekt. Gele kaarten worden afgegeven aan landen waarmee de EU veel handel drijft, terwijl landen waarmee zij minder belangrijke visserijovereenkomsten heeft gesloten, worden geweerd.

Lees ook: Brazilië, een gemilitariseerde democratie.

Guinee-Bissau, bijvoorbeeld, heeft geen waarschuwing gekregen ondanks bewijzen van illegale, niet-gereglementeerde en niet-gemelde visserij. De maritieme handhavingsinstanties van het land zijn niet voldoende uitgerust om toezicht te houden op de activiteiten van de schepen die in zijn wateren varen.

Vooruit

Asphalt, Direction, Arrow, Route
Image Pixabay

Wij bevelen aan dat de EU de uitvoering van de bepalingen van haar gemeenschappelijk visserijbeleid herziet, met inbegrip van de voorwaarden waaronder zij subsidies verleent die schadelijk worden geacht voor duurzame visserij. De West-Afrikaanse landen moeten ook veel meer doen om ervoor te zorgen dat de onderhandelingen over toekomstige en hernieuwde visserijovereenkomsten krachtiger worden gevoerd.

Dit is mogelijk. Guinee-Bissau, bijvoorbeeld, was standvastig in zijn onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst met de EU toen de oude in 2017 afliep. Na een jaar onderhandelen heeft de EU een veel betere overeenkomst voorgesteld dan de oude. In ruil voor het verlenen van toegang aan 50 Europese vissersvaartuigen gedurende vijf jaar, zal de EU Guinee-Bissau 15,6 miljoen euro per jaar betalen. Het tarief van de vorige overeenkomst bedroeg 9,2 miljoen euro.

Ook werd hun gevraagd meer te investeren in doeltreffend maritiem bestuur en handhaving.